Homepage Het HuisartsenteamNieuwsberichten | Contact | Intranet| Disclaimer
 
 
Diabetes
Algemeen
Nieuws
Resultaten zorg Diabetes
COPD
Algemeen
Nieuws
Resultaten zorg COPD
Hart & vaatziekten
Algemeen
Nieuws
Resultaten zorg Hart en vaatziekten
Stoppen met roken
  Gezondheidsberichten
   
  Gerichte medische informatie voor u als diabetes of COPD patiënt, of als patiënt met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten; maar ook als u uw gezondheid op koers wil houden.
 

Gezondheidsberichten


Griepprik

Oktober 2010

Niet elke verkoudheid of wat we in de volksmond 'griep' noemen is influenza. Influenza is een acute ontsteking van de luchtwegen veroorzaakt door een virus. Gezonde mensen kunnen van influenza knap ziek worden en mensen in de risicogroep lopen kans op allerlei vervelende complicaties – van ernstige benauwdheid tot longontsteking en zelfs de dood toe.

Wat is de griepprik?

De griepprik is een vaccinatie tegen het influenzavirus. Het vaccin wordt door middel van een injectie in uw bovenarm toegediend - dit kan wat roodheid, zwelling en pijn geven. U wordt van de vaccinatie niet ziek maar uw lichaam maakt in ongeveer twee weken tijd wel voldoende antistoffen aan. (Voor de bereiding van het vaccin worden bebroede kippeneieren gebruikt - let dus op als u een kippeneiallergie hebt!)

Waarom elk jaar een griepprik halen?

De griepprik werkt echt en is de enige bescherming tegen de griep. Het aantal ziektegevallen is door de vaccinaties met 70 – 80 procent teruggelopen. Het influenzavirus verandert elk jaar een beetje waardoor er jaarlijks een nieuw vaccin wordt samengesteld. Zo blijft uw afweersysteem bij de tijd. Onderzoekers hopen in de toekomst een eenmalige griepprik met blijvende bescherming te ontwikkelen.

Wie krijgt de griepprik?

In principe kan iedereen bij zijn huisarts om de griepprik vragen. Voor de gratis gripprik is een risicogroep (volwassenen en kinderen) samengesteld. Mensen die tot deze risicogroep behoren ontvangen van de huisarts een uitnodiging:

  • met longziekten (astma, bronchitis, emfyeem etc.)
  • met hartziekten (hartritmestoornissen, hartoperatie etc.)
  • met diabetes mellitus
  • met nierziekten (transplantatie, dialyse)
  • na een recente beenmergtransplantatie
  • met een HIV-infectie
  • bewoners van tehuizen en instellingen
  • met een verminderde weerstand tegen infecties (beenmergtransplantatie, chemotherapie, auto-immuunziekten etc.)
  • mensen van 60 jaar en ouder

Als u buiten de risicogroep valt maar toch in aanmerking wilt komen voor de gratis griepprik, dan kunt u dit overleggen met uw huisarts. U kunt hem ook zelf betalen. In sommige gevallen vergoedt de zorgverzekeraar de kosten.


Wanneer met hoofdpijn naar de huisarts?

Oktober 2010

Verschillende soorten hoofdpijn

Drie soorten hoofdpijn komen vaak voor: spanningshoofdpijn, migraine en medicijn-afhankelijke hoofdpijn. Andere, zeldzame vormen van hoofdpijn worden in dit artikel niet besproken. Iemand kan verschillende soorten hoofdpijn naast elkaar hebben.

  • Spanningshoofdpijn

De meeste mensen hebben wel eens spanningshoofdpijn. De pijn zit vaak aan beide kanten van het hoofd, of als een band om het hoofd. Het is een drukkende, knellende pijn. Hierbij zijn de spieren van de schouders, nek en schedel vaak extra gevoelig. Uw eetlust kan verminderd zijn, maar u bent niet misselijk. Door inspanning wordt de pijn niet erger. Afleiding, sporten, ontspanning of slapen kan de pijn verminderen. De pijn duurt een uur tot een paar dagen. Het is zelden dat iemand er iedere dag last van heeft. Dit soort hoofdpijn kan met spanningen te maken hebben, maar kan ook komen door een verkeerde houding of te weinig wisselen van houding, door slecht slapen, moeheid of ergens tegen opzien. Soms ontstaat hoofdpijn zonder reden.

  • Migraine

Migraine is hoofdpijn die in aanvallen komt, soms midden in de nacht zodat u er wakker van wordt. De pijn zit aan één of aan beide zijden van uw hoofd. De pijn is hevig of bonzend en wordt erger bij inspanning. Meestal bent u ook misselijk; soms moet u overgeven. Fel licht en hard geluid worden slecht verdragen. Het liefst wilt u alleen nog maar op bed liggen. Soms ziet u een halfuur tot een uur voor het begin van de migraineaanval schitteringen, flitsen of golvende beelden.

Sommige mensen voelen vooraf tintelingen aan één kant van hun lichaam. Een migraineaanval kan 4 tot 72 uur duren, maar is meestal binnen één dag over. Sommigen hebben slechts af en toe een migraineaanval, anderen hebben er regelmatig last van. Een aanval kan optreden rond de menstruatie, na lang uitslapen of juist te kort slapen, na een nachtdienst of na stress. Een migraineaanval kan ook zonder aanleiding opkomen. Bij migraine speelt aanleg vaak een rol.

  • Medicijnafhankelijke hoofdpijn

Dagelijks gebruik van pijnstillers of migrainemiddelen kan op zich ook weer hoofdpijn veroorzaken. Deze hoofdpijn blijft dus bestaan terwijl u medicijnen tegen hoofdpijn gebruikt. Deze soort hoofdpijn kan ook ontstaan door  veel gebruik van cafeïne. Cafeïne zit niet alleen in koffie, maar ook in thee, ice-tea, cola, redbull en chocolade. Sommige pijnstillers bevatten ook cafeïne. Cafeïne is hetzelfde als coffeïne.

Wat u kunt doen en wanneer het verstandig is naar de huisarts te gaan

U kunt uitzoeken welke soort(en) hoofdpijn u heeft door een hoofdpijndagboek bij te houden. Daarin schrijft u per dag op wanneer u hoofdpijn heeft en hoe het verloop is. Vaak wordt dan ook duidelijk waardoor de hoofdpijn wordt uitgelokt en wat u kunt doen om de hoofdpijn te verminderen of te voorkomen.

Hoofdpijn kan vele oorzaken hebben. Alarmsymptomen zijn met name wakker worden van de hoofdpijn en karakterveranderingen. Voorop staat dat als een van bovengenoemde hoofdpijnsoorten niet reageert op de adviezen en genoemde alarmsymptomen, het verstandig is dit met uw huisarts te bespreken.

Voor meer informatie kunt u terecht op Hoofdpijn.nl


Platvoeten bij kinderen

Oktober 2010

Wat zijn platvoeten?

Bij platvoeten is de binnenzijde van de voetzool verstreken en de hiel staat iets naar buiten gekanteld. Wanneer het kind bij de ouder op schoot zit en de voeten slap, ontspannen laat hangen ontstaat vrijwel altijd weer een situatie waarbij de binnenzijde van de voet hol wordt.  Men spreekt dan van een soepele platvoet.

Soepele platvoet zonder klachten: geen behandeling

Er wordt vaak gedacht dat een soepele platvoet een afwijking is waar iets aan gedaan moet worden. Het tegendeel is waar. Een soepele platvoet is zelden van betekenis en onnodige behandeling dient te worden voorkomen.

De meeste kinderen tot de leeftijd van twee jaar hebben soepele platvoeten. Op de leeftijd van twee  tot vijf jaar komt de platvoet bij 30% a 40% van de kinderen voor. Tussen vijf en twaalf jaar bij 10%. Nog maar 3% a 4% van de volwassenen heeft een soepele platvoet. Dus  95% herstelt spontaan.

Steunzolen en schoenaanpassingen beïnvloeden het natuurlijke beloop van de soepele platvoet niet. Het adviseren en voorschrijven van steunzolen,  schoenaanpassingen en voetoefeningen is niet nodig.  Als door platvoeten de binnenzijde van de schoenen snel  versleten of afgetrapt zijn kan het helpen om schoenen te kopen met een stevig hielstuk.

Soepele platvoet mét klachten: steunzolen overwegen

In een enkel geval zal een kind over zijn platvoeten klagen. Er is dan pijn ter hoogte van de binnenzijde van de voet en soms kramp in de benen. In die gevallen valt het te overwegen de platvoeten te corrigeren met behulp van steunzolen. Let wel! De steunzolen beïnvloeden de uiteindelijke vorm van de voeten niet. Uw huisarts kan u hierbij adviseren.

Contracte / stijve platvoet: verwijzing naar de kinderorthopedisch chirurg

In uitzonderlijke gevallen is geen sprake van een soepele platvoet maar van een contracte of stijve platvoet. Bij de contracte of stijve platvoet wordt het voetje niet hol wanneer het kind zit met afhangende voeten. Het blijft een platte voetzool.  Neemt u hiervoor contact op met uw huisarts. Ook de stijve platvoet hoeft bij de afwezigheid van klachten meestal niet behandeld te worden. Wel dient het kind voor nader onderzoek en advies naar de kinderorthopedisch chirurg verwezen te worden.

Voor informatie kunt u terecht op de site van Kinderorthoepedie.nl


Risico op hart- en vaatziekten, een continue zorg

Mei 2010

Mensen met een grote kans op hart- en vaatziekten moeten hun gezondheid goed bewaken en regelmatig laten controleren. De kans op hart- en vaatziekten neemt hierdoor af. Klachten kunnen stabiliseren of zelfs afnemen. De huisarts en praktijkondersteuner begeleiden patiënten hierbij.

In de zorg voor mensen met een risico op hart- en vaatziekten werken de huisartsen van Het Huisartsenteam sinds 1 april 2010 op een vernieuwende wijze samen met andere zorgverleners: fysiotherapeuten, diëtisten en het ziekenhuis. Het doel van deze samenwerking is patiënten met (een risico op) hart- en vaatzieken zo lang mogelijk, indien dit kan, in de huisartspraktijk te behandelen. Als de behandeling onvoldoende resultaat heeft, zal de huisarts de patiënt verwijzen naar een specialist. Wilt u meer lezen over de risicofactoren voor hart- en vaatziekten en de speciale spreekuren van uw huisarts? Download hier de folder van Het Huisartsenteam.

Hart-en vaatziekten en de rol van leefstijladviezen

Hart -en vaatziekten zijn doodsoorzaak nummer een onder vrouwen en doodsoorzaak nummer twee onder mannen. Per jaar sterven in Nederland ongeveer 41.000 mensen aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. Een ongezonde leefstijl levert een forse bijdrage in het ontstaan van hart- en vaatziekten. Anders gezegd, door gezonder te leven wordt de kans op het ontstaan van hart en vaatziekten aanzienlijk verminderd.

Uit recent onderzoek van de Nederlandse Hartstichting blijkt dat het percentage nieuwe gevallen van kransslagaderziekten (hartinfarcten en angina pectoris) en beroertes toe te schrijven is aan de volgende gewoontes of eigenschappen:

Percentage nieuwe gevallen

Kransslagaderziekten

Beroerte

Roken

30%

19%

Onvoldoende groente consumptie

9%

-

Onvoldoende fruit consumptie

9%

14%

Te veel verzadigd vet

5%

-

Lichamelijke inactiviteit

16%

23%

Overgewicht

4%

-

Roken, lichaamsbeweging en voeding spelen een belangrijke rol in het voorkomen van hart-en vaatziekten. Niet-rokers leven gemiddeld 10 jaar langer! Belangrijke gezondheidstips:

  • Beweeg vijf dagen per week door dertig minuten achtereen stevig te wandelen of te fietsen.
  • Eet wat vaker vis, minder vet vlees en minder vette kaas.
  • Eet twee ons groente en twee stuks fruit per dag.
  • Eet minder zout: te veel zout verhoogt de bloeddruk.

Meer informatie?

Nederlandse Hartstichting

Sportief Bewegen

30 Minuten Bewegen


Hooikoorts

Mei 2010

Wat is het?

Hooikoorts is een vorm van allergie. Iemand met hooikoorts is overgevoelig voor bepaalde soorten stuifmeel van grassen, planten of bomen. Stuifmeelkorrels worden ook wel pollen genoemd. Zodra de ogen, neus, mond, keel of luchtpijp van iemand met hooikoorts in aanraking komen met het stuifmeel, raken de slijmvliezen geprikkeld. Dat kan veel klachten geven. De neus kan jeuken, waardoor u veel niest. U kunt ook last hebben van een verstopte neus of een 'loopneus'. Uw ogen kunnen jeuken, tranen of branderig aanvoelen. Uw keel kan droog en branderig zijn, waarbij u moet hoesten. Soms is er een kriebelhoest. Sommige mensen hebben een vol gevoel in hun hoofd. Ook een koortsig en moe gevoel kan het gevolg zijn.

Al deze klachten zijn niet altijd het gevolg van hooikoorts. U kunt ook allergisch zijn voor andere dingen, zoals katten of huisstofmijt.

De klachten treden op in de bloeitijd van grassen, planten en bomen. Bomen bloeien eerder dan grassen. Daarom krijgen mensen met een allergie voor boomstuifmeel al vroeg in het jaar (februari-maart) klachten, terwijl mensen met een allergie voor grasstuifmeel later in het jaar (mei-juni) last krijgen. Sommige mensen hebben het hele seizoen last van hooikoorts, anderen af en toe een dagje. Het stuifmeel verspreidt zich in de lucht, vooral op zonnige, winderige dagen. De hooikoorts kan dan erger worden. Activiteiten buitenshuis, zoals wandelen, fietsen en kamperen, kunnen dan veel klachten geven.

Waardoor komt het?

Elk mens vormt antistoffen tegen stuifmeel in zijn lichaam. Bij iemand met hooikoorts reageert het lichaam erg heftig zodra de slijmvliezen met het stuifmeel in aanraking komen. Er ontstaat een 'overdreven' afweerreactie, waardoor de slijmvliezen zwellen en meer slijm gaan produceren.

Het is niet bekend waarom sommige mensen allergisch zijn voor stuifmeel en anderen niet. In sommige families komt hooikoorts meer voor dan in andere. De aanleg voor hooikoorts is al bij de geboorte aanwezig, maar de klachten ontstaan pas in de loop der jaren. Na verloop van tijd nemen de klachten weer af. Hoe lang dat duurt, is niet te voorspellen.

Kan het kwaad?

Hooikoorts kan heel hinderlijk zijn, maar het kan geen kwaad. De klachten gaan altijd weer over zodra het stuifmeel uit de lucht verdwenen is.

Wat kunt u er zelf aan doen?

U kunt niets doen om hooikoorts te genezen. Wel kunt u proberen contact met stuifmeel zoveel mogelijk te vermijden.

  • Houd er rekening mee dat vooral op zonnige en winderige dagen er veel stuifmeel in de lucht zit. Binnenshuis heeft u daar het minste last van. Gesloten ramen voorkomen dat het stuifmeel gemakkelijk binnenwaait
  • Draag buiten een zonnebril.
  • In het 'hooikoortsseizoen' kunt u via radio of teletekst volgen of de weersomstandigheden gunstig of ongunstig zijn voor hooikoortspatiënten.
  • Aan zee en hoog in de bergen zit minder stuifmeel in de lucht dan in het binnenland. U kunt proberen hiermee rekening te houden bij de keuze van uw vakantiebestemming.

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact op met uw huisarts:[link naar www.hethuisartsenteam.nl/huisartsenteam.nl]

  • als u denkt dat u hooikoorts heeft en meer wilt weten over oorzaak en behandeling;
  • als u wilt weten waarvoor u allergisch bent;
  • als u hooikoorts heeft en ondanks voorzorgsmaatregelen toch klachten houdt.

Meer informatie

Kijk voor een ‘hooikoorts weerbericht’ bijvoorbeeld op teletekstpagina 709 (alleen in het pollenseizoen), op www.knmi.nl, of meld u via internet aan voor een pollen SMS service.

Hooikoorts, nader verklaard vanuit het KNMI

Pollennieuws

Allergieradar zet hooikoorts op de kaart

Hooikoortsverwachting via SMS


Waarom gezond eten zo belangrijk is

Januari 2010
Gezond eten heeft een goede invloed op verschillende risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Dat blijkt uit onderzoek. Mensen die 150 gram groente en 2 stuks fruit per dag eten, hebben minder kans op hart- en vaatziekten. Zij hebben ook minder kans op andere ziekten, bijvoorbeeld kanker.
Hoeveel u eet en wat u eet, heeft invloed op uw gewicht, maar ook op uw bloeddruk, het cholesterolgehalte en het glucosegehalte (suikergehalte) in uw bloed. Bovendien heeft gezond eten invloed op de neiging van uw bloed om bloedstolsels te vormen.
Wanneer u gezonder gaat eten, wordt de kans kleiner dat u een hart- of vaatziekte krijgt. Ook daalt de kans dat u doodgaat door een hart- of vaatziekte.
Algemene adviezen voor een goede voeding zijn:
• Eet zo weinig mogelijk verzadigd vet.
• Eet minimaal twee keer per week vis, waarvan één keer vette vis.
• Eet voldoende groente en fruit.
• Gebruik weinig zout, maximaal 6 gram zout per dag.

Wat kan de huisarts voor u doen?
De huisarts of praktijkondersteuner kan u helpen bij het maken van een plan om uw eetgewoonten te veranderen. Wellicht dat zij u door verwijzen naar een diëtiste. Zij kunnen u voorlichting en advies geven over gezond eten. En ze kunnen vertellen wat u kunt bereiken met het veranderen van uw eetgewoonten. Ook kunnen ze extra ondersteuning geven bij het aanpassen van uw eetgewoonten. Zorgverleners kunnen u ook adviseren waar u moet zijn voor extra ondersteuning.

Meer informatie?
Als u meer wilt lezen over wat verzadigde vetten zijn, hoe u het gebruik van zout kunt beperken en welke stappen u kunt ondernemen om uw eetgewoonten te veranderen, lees hier meer.
Voor meer informatie over gezond eten:
Eetdagboek, ook voedingsdagboek genoemd
• brochures Nederlandse Hartstichting: Eten naar hartenlust en Kritisch kiezen en kopen
NHG-patiëntenbrief Risicofactoren bij hart- en vaatziekten.

Voedingscentrum of de informatielijn van het Voedingscentrum, telefoon 070- 30 68 888


Antibiotica, gebruik ze goed en alleen als het moet
Januari 2010

Bij aanhoudende griep- en verkoudheidsklachten hopen patiënten soms dat de huisarts ‘wel even’ een antibioticum voorschrijft. Maar huisartsen zijn kritisch in het voorschrijven hiervan. Aan het gebruik van antibiotica zijn nadelen verbonden. Alleen bij ernstige bacteriële infecties zijn antibiotica zinvol. We moeten zorgvuldig omgaan met de keuze om antibiotica te gebruiken. Zo zorgen we ervoor dat de bacteriën gevoelig blijven voor de medicijnen. Omdat antibiotica levensreddend kunnen zijn, is het heel belangrijk dat ze ook in de toekomst goed tegen bacteriële infecties blijven werken. Tegen infecties met virussen werken antibiotica niet.

Bijwerkingen en resistentie
De meeste klachten aan keel, neus en oren worden veroorzaakt door een virale infectie; een antibioticum is dan overbodig en kan zelfs nadelig zijn. Antibiotica kunnen bijwerkingen hebben, bijvoorbeeld maag-darmklachten. Zo kan iemand van antibiotica misselijk worden of diarree krijgen. Sommige mensen kunnen allergisch worden voor een bepaald soort antibioticum. Dan ontstaan vaak jeukende rode vlekken op de huid.
Als hetzelfde antibioticum regelmatig tegen een bacterie wordt gebruikt, kan deze ‘resistent’ worden. Dat betekent dat de bacterie niet meer gevoelig is voor het antibioticum. Wanneer u een infectie krijgt met zo’n resistente bacterie, helpen de antibiotica niet meer. De resistente bacteriën kunnen dan ongeremd hun gang gaan, waardoor u erg ziek kunt worden.

Meer informatie
Naar aanleiding van een onderzoek in 13 Europese landen is geadviseerd om in Europa beleid uit te zetten om kritischer om te gaan met het voorschrijven van antibiotica. In Nederland is het RIVM (http://www.rivm.nl/cib/themas/Antibiotica/index.jsp) een campagne gestart ‘Antibiotica, gebruik ze goed en alleen als het moet’. Het Nederlands Huisartsen Genootschap heeft een patiëntenbrief Antibiotica en Resistentie hiervoor uitgebracht.


Praktijkondersteuner is rechterhand van huisarts

Januari 2010
Praktijkondersteuners, ook wel praktijkverpleegkundigen genoemd, ondersteunen de huisarts bij de controle van chronische patiënten. Zij hebben zich gespecialiseerd in de begeleiding van patiënten met diabetes mellitus (suikerziekte), COPD (een longziekte), hart en vaat ziekten en hoge bloeddruk. Ook het geven van voorlichting en het coachen van patiënten in het leren omgaan met hun ziekte maakt wezenlijk onderdeel uit van de functie van praktijkondersteuner.

De praktijkondersteuners neemt taken over van de huisarts. Zij* richt zich vooral op mensen met chronische ziekten, zoals suikerziekte (diabetes), astma en COPD of hoge bloeddruk. Zij doet de periodieke controles en geeft begeleiding en advies. Verschillende studies hebben laten zien dat de inzet van praktijkondersteuners de kwaliteit van zorg ten goede komt.
De praktijkondersteuners heeft als professional op Hbo-niveau een eigen verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de door haar uitgevoerde onderdelen van huisartsgeneeskundige zorg. De huisarts is altijd eindverantwoordelijk voor de zorg die de praktijkondersteuner verleent.

De praktijkondersteuner heeft de afgelopen jaren haar intrede gemaakt in de
huisartspraktijk. Landelijk gezien werkt inmiddels ongeveer zeven van de tien huisartsenpraktijken met een praktijkondersteuner. Binnen Het Huisartsenteam werken alle huisartsen met een praktijkondersteuner. Het is een nieuwe functie binnen de huisartsenpraktijk. Praktijkondersteuners zijn meestal verpleegkundigen of doktersassistenten met een aanvullende opleiding op Hbo-niveau. Deze opleiding van praktijkondersteuner wordt verzorgd door verschillende hogescholen in Nederland.

* Lees hier hij of zij.




Terug naar boven
 

Meer patiënteninformatie

Hoofdpijn.nl